
| 1. Invaartdeur | 22. Zoomlat | 43. Windvaan* |
| 2. Gewicht v.d. licht | 23. Stroomlijnneus* | 44. Achterkeuvels |
| 3. Meelgoot | 24. Lange spruit | 45. Korte spruit |
| 4. Bolspil | 25. Voeghout | 46. Vang- of wipstok |
| 5. Paard met pasbalk | 26. Windpeluw | 47. Kruiwerk |
| 6. Stellingdeur | 27. Halssteen | 48. Kuip |
| 7. Maalkoppel | 28. Buitenroe | 49. Steigergaten* |
| 8. Kaar | 29. Askop | 50. Kort sabelijzer |
| 9. Luitouw* | 30. Binnenroe | 51. Korte schoor |
| 10. Steenspil | 31.Voorkeuvelens | 52. Vangketting |
| 11. Steenrondsel | 32. Hals | 53. Spilbalk |
| 12. Spoorwiel | 33. Wofseind | 54. Staartbalk |
| 13. Luitafel* | 34. Vorstplank | 55. Steenkraan |
| 14. Gaffelrad* | 35. Bovenwiel | 56. Lange schoor |
| 15. Luiwerk | 36. Vang | 57. Lichteboom |
| 16. Luiwiel* | 37. Bovenas | 58. Kruirad |
| 17. Koningsspil | 38. Bus- of ijzerbalk | 59. Stellinghek |
| 18. Stuurtouw | 39. Bovenschijfloop* | 60. Stellinglegger |
| 19. Lang sabelijzer | 40. Penlager | 61. Buitensluiting |
| 20. Vangbalk | 41. Pensteen | 62. Stellingschoor |
| 21. Hekstok | 42. Penbalk | 63. Vink |
Rond het bovenwiel zit de vang (de rem van de molen).Bij "de Hoop" is dat een zgn. Vlaamse blokvang met kort sabelijzer. Deze vang kan vanaf de stelling worden bediend.
De horizontale bovenbonkelaar zit om de koningsspil. Dit is de zware as, die verticaal in het midden van de molen zit. Alle werktuigen in de molen zijn op één of andere manier gekoppeld aan deze as.
Een zolder lager bevindt zich de luizolder. Hier is het luiwerk opgesteld, waarmee de zakken graan kunnen worden opgeluid (opgehesen). Dit luiwerk is op elke zolder (met uitzondering van de kapzolder) te bedienen.
Op elke zolder bevinden zich recht boven elkaar een paar luiken in de vloer. Wanneer een zak wordt opgeluid, duwt deze de luiken open en nadat de zak is gepasseerd, vallen de luiken weer dicht.
Weer een zolder lager zijn we op de steenzolder aangekomen. Hier liggen de twee koppels maalstenen. Beide koppels zijn zgn. 17-er stenen, d.w.z. ze hebben een doorsnede van ongeveer 1,5 meter. De maat van molenstenen wordt bepaald door het aantal Amsterdamse voeten van de omtrek. Een Amsterdamse voet is ongeveer 28,5 cm. De omtrek van de stenen in "de Hoop" is dus 17 Amsterdamse voet, dus ongeveer 4.85 m.
Als we op deze zolder zijn en we kijken naar boven zien we het enorme spoorwiel, dat de assen naar de stenen in beweging kan zetten. Het spoorwiel is het grootste wiel van de molen en heeft 81 kammen. Dit spoorwiel drijft de assen aan, die de stenen in beweging zetten. Overbrenging is van 81 kammen naar 22 staven. Boven de stenen zit het kaar, een grote houten trechter, waarin het graan wordt gestort om dan via een schuddebak tussen de stenen te vallen.
De zolder onder de steenzolder is de maalzolder, of stellingzolder. Op deze zolder wordt het meel, dat van de steenzolder naar beneden komt, in zakken opgevangen. De molenaar kan van deze plaats met een paar touwen de stand van de stenen en de toevoer van het graan regelen.
Op deze hoogte is ook de stelling. Hier kan de molenaar de molen bedienen. Zo kan hij hier de molen op de wind kruien, de molen stoppen en weer aan de gang zetten en de zeilen voorleggen, minderen (zwichten) of wegnemen (zwichten). De schoren onder de stelling stonden ten dele op ijzeren beugels, die in de muur waren bevestigd. Een niet zoveel voorkomende constructie. Het is de bedoeling, dat deze constructie bij de restauratie van 1992-1993 zal worden veranderd.
Als we op de stelling staan kunnen we de roeden goed bekijken. Tot november 1992 waren dat gelaste stalen Potroeden, waarvan de nummers niet meer aanwezig waren. Na november 1992 zijn er gelaste stalen roeden van de Fa. Buurma Oudeschans met de nummers 270 en 271 aangebracht, met een lengte van 21,10 m.
Uit oudere foto?s blijkt, dat "de Hoop" ook nog roeden met zelfzwichting heeft gehad. De stelling- of maalzolder is eigenlijk het "zenuwcentrum" van de molen. Vanaf deze zolder kan zowel het wind- als het maalgedeelte van de molen worden bediend.
Onder de stellingzolder heeft "de Hoop" nog twee zolders, voor we op de begane grond zijn aangekomen. De zolders onder de stellingzolder zijn een welkome aanvulling voor de molenaar. Hiermee heeft hij extra ruimte voor de opslag van meel en graan.
Korenmolens staan vaak in of bij de dorpen. Hierdoor werd door de steeds hoger wordende bebouwing ook de windvang van de molens belemmerd.Het gevolg was, dat men genoodzaakt was deze molens steeds hoger te maken, waardoor er ook een steeds groter aantal zolders onder de stellingzolder kwam te liggen.
De hoogste korenmolens van Nederland staan in Schiedam en hebben soms wel 10 of 11 zolders!
Op de begane grond van korenmolens bevinden zich twee grote deuren tegenover elkaar. Hier was de mogelijkheid voor de boeren om met hun paard en wagen de molen in te rijden om daar te lossen en te laden. Door de tegenovergestelde deur kon men dan weer de molen verlaten.