"DE HOOP" NU



"De Hoop" is een achtkante rietgedekte boven-buitenkruier stellingkorenmolen met stenen onderbouw en de enige van zijn soort binnen de gemeente. Het is een zgn. monnikmolen met stelling.

De opbouw van de molen kunnen we goed bekijken aan de hand van de afbeelding wat verder op deze pagina. Dit is weliswaar een doorsnede van een gemetselde ronde korenmolen, maar voor de indeling maakt dit geen verschil.

Van boven naar beneden treffen we een aantal zolders aan met elk een eigen functie. Geheel bovenin is de kap- of smeerzolder. Hier bevinden zich de bovenas en het grote bovenwiel, dat met een bovenbonkelaar of een bovenschijfloop de verticale koningsspil aandrijft. Zoals de naam al zegt, komt de molenaar hier eigenlijk alleen om de bewegende delen te smeren.

In de eerste plaats moet het kruiwerk worden gesmeerd. Het kruiwerk van "de Hoop" is een zgn. neutenkruiwerk. De basis van de kap is een grote houten horizontale ring, de overring. Deze ring kan glijden over een aantal houten blokken, de neuten, die de bovenkant vormen van het vaste gedeelte van de molen. Om deze overring goed ten opzichte van de neuten te kunnen bewegen moet hier worden gesmeerd. Meestal wordt hiervoor reuzel gebruikt.

Verder vinden we in de kap de gietijzeren bovenas, die in stenen(!)lagers draait en ook met reuzel wordt gesmeerd. De as van "de Hoop"is gemaakt bij de ijzergieterij de Prins van Oranje en draagt het nummer 933 en het jaartal 1874. Aan deze bovenas zit het grote bovenwiel, dat met 59 houten kammen (tanden) de bovenbonkelaar (31 kammen) aandrijft. Ook hier is (zoals in alle molens) het aantal kammen van twee elkaar aandrijvende wielen niet op elkaar deelbaar. Op deze wijze wordt de slijtage gelijkmatig over alle kammen verdeeld. De kammen in de molen worden gesmeerd met bijenwas.



Helaas was er van "de Hoop" geen bruikbare tekening te vinden en is er met toestemming van de uitgever van het Nieuw Utrechts Molenboek, gebruik gemaakt van deze afbeelding van een stellingkorenmolen.
Zie voor de verklaring, de lijst hieronder. Onderdelen gemerkt met * zijn op "de Hoop" niet, of in en andere uitvoering aanwezig.

1. Invaartdeur 22. Zoomlat 43. Windvaan*
2. Gewicht v.d. licht 23. Stroomlijnneus* 44. Achterkeuvels
3. Meelgoot 24. Lange spruit 45. Korte spruit
4. Bolspil 25. Voeghout 46. Vang- of wipstok
5. Paard met pasbalk 26. Windpeluw 47. Kruiwerk
6. Stellingdeur 27. Halssteen 48. Kuip
7. Maalkoppel 28. Buitenroe 49. Steigergaten*
8. Kaar 29. Askop 50. Kort sabelijzer
9. Luitouw* 30. Binnenroe 51. Korte schoor
10. Steenspil 31.Voorkeuvelens 52. Vangketting
11. Steenrondsel 32. Hals 53. Spilbalk
12. Spoorwiel 33. Wofseind 54. Staartbalk
13. Luitafel* 34. Vorstplank 55. Steenkraan
14. Gaffelrad* 35. Bovenwiel 56. Lange schoor
15. Luiwerk 36. Vang 57. Lichteboom
16. Luiwiel* 37. Bovenas 58. Kruirad
17. Koningsspil 38. Bus- of ijzerbalk 59. Stellinghek
18. Stuurtouw 39. Bovenschijfloop* 60. Stellinglegger
19. Lang sabelijzer 40. Penlager 61. Buitensluiting
20. Vangbalk 41. Pensteen 62. Stellingschoor
21. Hekstok 42. Penbalk 63. Vink

Indeling per zolder

  1. De kap. Met riet gedekt. Bij sommige molens gepotdekseld, of met dakleer bedekt.
  2. De kapzolder, of smeerzolder.Bij "de Hoop" is er geen schijfloop, maar een bonkelaar.
  3. De luizolder, waar het luiwerk (hijswerk) zich bevindt.
  4. De steenzolder, met de maalstenen. Op de vloer ligt de ligger; daarboven gaat de loper rond, die het graan fijnwrijft op de ligger. Hier staat ook de steenkraan, die gebruikt wordt om de stenen te lichten als ze moeten worden gescherpt (gebild).
  5. De maalzolder.
  6. De graanzolder. "De Hoop" heeft twee graanzolders.
  7. De invaart, waar men vroeger met paard en wagen kon in- en uitrijden.

Rond het bovenwiel zit de vang (de rem van de molen).Bij "de Hoop" is dat een zgn. Vlaamse blokvang met kort sabelijzer. Deze vang kan vanaf de stelling worden bediend.

De horizontale bovenbonkelaar zit om de koningsspil. Dit is de zware as, die verticaal in het midden van de molen zit. Alle werktuigen in de molen zijn op één of andere manier gekoppeld aan deze as.

Een zolder lager bevindt zich de luizolder. Hier is het luiwerk opgesteld, waarmee de zakken graan kunnen worden opgeluid (opgehesen). Dit luiwerk is op elke zolder (met uitzondering van de kapzolder) te bedienen.
Op elke zolder bevinden zich recht boven elkaar een paar luiken in de vloer. Wanneer een zak wordt opgeluid, duwt deze de luiken open en nadat de zak is gepasseerd, vallen de luiken weer dicht.

Weer een zolder lager zijn we op de steenzolder aangekomen. Hier liggen de twee koppels maalstenen. Beide koppels zijn zgn. 17-er stenen, d.w.z. ze hebben een doorsnede van ongeveer 1,5 meter. De maat van molenstenen wordt bepaald door het aantal Amsterdamse voeten van de omtrek. Een Amsterdamse voet is ongeveer 28,5 cm. De omtrek van de stenen in "de Hoop" is dus 17 Amsterdamse voet, dus ongeveer 4.85 m.

Als we op deze zolder zijn en we kijken naar boven zien we het enorme spoorwiel, dat de assen naar de stenen in beweging kan zetten. Het spoorwiel is het grootste wiel van de molen en heeft 81 kammen. Dit spoorwiel drijft de assen aan, die de stenen in beweging zetten. Overbrenging is van 81 kammen naar 22 staven. Boven de stenen zit het kaar, een grote houten trechter, waarin het graan wordt gestort om dan via een schuddebak tussen de stenen te vallen.

De zolder onder de steenzolder is de maalzolder, of stellingzolder. Op deze zolder wordt het meel, dat van de steenzolder naar beneden komt, in zakken opgevangen. De molenaar kan van deze plaats met een paar touwen de stand van de stenen en de toevoer van het graan regelen.

Op deze hoogte is ook de stelling. Hier kan de molenaar de molen bedienen. Zo kan hij hier de molen op de wind kruien, de molen stoppen en weer aan de gang zetten en de zeilen voorleggen, minderen (zwichten) of wegnemen (zwichten). De schoren onder de stelling stonden ten dele op ijzeren beugels, die in de muur waren bevestigd. Een niet zoveel voorkomende constructie. Het is de bedoeling, dat deze constructie bij de restauratie van 1992-1993 zal worden veranderd.

Als we op de stelling staan kunnen we de roeden goed bekijken. Tot november 1992 waren dat gelaste stalen Potroeden, waarvan de nummers niet meer aanwezig waren. Na november 1992 zijn er gelaste stalen roeden van de Fa. Buurma Oudeschans met de nummers 270 en 271 aangebracht, met een lengte van 21,10 m.

Uit oudere foto?s blijkt, dat "de Hoop" ook nog roeden met zelfzwichting heeft gehad. De stelling- of maalzolder is eigenlijk het "zenuwcentrum" van de molen. Vanaf deze zolder kan zowel het wind- als het maalgedeelte van de molen worden bediend.
Onder de stellingzolder heeft "de Hoop" nog twee zolders, voor we op de begane grond zijn aangekomen. De zolders onder de stellingzolder zijn een welkome aanvulling voor de molenaar. Hiermee heeft hij extra ruimte voor de opslag van meel en graan.
Korenmolens staan vaak in of bij de dorpen. Hierdoor werd door de steeds hoger wordende bebouwing ook de windvang van de molens belemmerd.Het gevolg was, dat men genoodzaakt was deze molens steeds hoger te maken, waardoor er ook een steeds groter aantal zolders onder de stellingzolder kwam te liggen.

De hoogste korenmolens van Nederland staan in Schiedam en hebben soms wel 10 of 11 zolders!

Op de begane grond van korenmolens bevinden zich twee grote deuren tegenover elkaar. Hier was de mogelijkheid voor de boeren om met hun paard en wagen de molen in te rijden om daar te lossen en te laden. Door de tegenovergestelde deur kon men dan weer de molen verlaten.